Scheiden op maat
   
 

Naar de deskundigendeskABC | Home | Scheiden van elkaar | Scheiden en geld | Scheiden en het recht
 

Echtscheiding maakt indruk

 


Vraag en antwoord

 


Verdeling van het gemeenschappelijk vermogen

Het merendeel van de huwelijken in Nederland is gebaseerd op een algehele gemeenschap van goederen. De echtgenoten hebben een gelijk deel in de te ontbinden gemeenschap, tenzij zij in het convenant bepalen dat in het kader van de ontbinding een andere verdeling gekozen wordt. Het is niet juist dat uitsluitend een verdeling 50-50 dient te worden aangehouden.

Veelal behoren de eigen woning met de bijbehorende hypotheek, eventuele verzekeringen, spaarrekeningen en beleggingsdepots tot dit gezamenlijke vermogen. In de praktijk zien wij geregeld dat één van de partners in de woning wenst te blijven wonen. Wanneer de waarde van de woning en de overige bezittingen hoger is dan de schulden, dan zal deze partner de vertrekkende partner dienen uit te kopen. Deze uitkoop is fiscaal complex. Met ingang van 2004 geldt bovendien een speciale fiscale regeling in het kader van de eigen woning. Deze regeling die bekend staat onder de naam "Bijleenregeling" wordt voor u bij dit onderdeel van de website beknopt uiteengezet aan de hand van een voorbeeld.

Gelden er voor het te ontbinden huwelijk of partnerschap bij akte geregistreerde voorwaarden, dan zal de verdeling zich beperken tot hetgeen gemeenschappelijk is. In het geval er sprake is van een zogenaamd periodiek verrekenbeding dient te worden vastgesteld of dit in de praktijk ook is uitgevoerd. Voor ontvangen schenkingen of erfenissen kunnen er specifieke bepalingen gelden. Ook deze dienen nader te worden bestudeerd alvorens het vermogen wordt verdeeld.

Voor meer informatie over het huwelijksgoederenregime klikt u hier voor:


Vaststellen van de partner- en/of kinderalimentatie

De hoogte van de alimentatie voor de ex-partner en de kinderen is afhankelijk van de behoefte aan alimentatie enerzijds en financiële draagkracht anderzijds. Daarbij wordt rekening gehouden met de fiscale bepalingen. Het uitgangspunt tijdens de bemiddeling is om uw besteedbaar inkomen na scheiding en deling inzichtelijk te maken. Op deze wijze verkrijgt u een goed beeld van de werkelijke financiële consequenties van de echtscheiding.

Het is mogelijk om middels een afkoopsom de verplichting tot alimentatie ineens af te rekenen. Een dergelijk afkoopsom kan bestaan uit de betaling van een bedrag ineens, het verstrekken van een recht van bewoning of de overdracht van de eigendom van een woning. Een dergelijke regeling vereist een nauwkeurige bepaling van de financiële en fiscale consequenties. Onze adviseurs zijn hiervan op de hoogte. Echt maatwerk betekent in de praktijk dat een regeling afwijkt van de gemiddelde oplossing.

De alimentatieplicht komt voort uit de verplichtingen die aan het huwelijk of het geregistreerd partnerschap zelf zijn verbonden. Met het al of niet hebben van huwelijkse- of registratievoorwaarden heeft dit niets te maken.

Klik hier voor meer achtergrondinformatie over alimentatie >>>


Verrekenen van de opgebouwde pensioenrechten

Sinds 27 november 1981 is bij echtscheiding pensioen een punt van bijzondere aandacht. Tot die datum werden de pensioenrechten toegekend aan degene die ze had opgebouwd zonder dat daar enige compensatie tegenover stond. De Hoge Raad besliste op deze datum dat pensioenrechten deel uitmaakten van de boedel. Voor huwelijken waarbij sprake was van een gemeenschappelijke boedel betekende dit dat de pensioenrechten verdeeld moesten worden.

Per 1 mei 1995 is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VP) van kracht geworden. Deze wet bepaalt onafhankelijk van het geldende huwelijksvermogensrecht dat de tijdens het huwelijk opgebouwde rechten op ouderdomspensioen verdeeld moeten worden. Overigens geldt hetgeen in deze paragraaf vermeld wordt ook voor een geregistreerd partnerschap.

De wet laat het initiatief bij de beide partners. Dit geeft ruimte voor maatwerk. De minst verdienende partner kan op deze wijze redelijkerwijs het oudedagsinkomen zeker stellen. Onze adviseurs kunnen ook de actuariële berekeningen maken om de waarde van de pensioenen uit te rekenen. Dat maakt het bij de verdeling van vermogen mogelijk om de waarde van het pensioenrecht uit te ruilen tegen de televisie, de auto en de sofa om maar eens een praktische uitwerking te schetsen. Van belang is voorts om niet te vergeten om na het vonnis de verevende rechten door te geven aan de pensioenuitvoerder. Het ministerie van Justitie heeft in een duidelijke richtlijn bepaald op welke wijze dit dient te geschieden en wel binnen twee jaar. Wie dit niet goed regelt, heeft bij pensionering nog maandelijks te maken met de ex-partner.

Klik hier voor meer informatie over pensioenrechten en echtscheiding.


Afspraken over de kinderen (het ouderschapsplan)

In het geval van voortzetting van het gezamenlijke ouderlijke gezag wordt de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen gedeeld. Degene bij wie de kinderen wonen, neemt over het algemeen de beslissing over zaken die de kinderen aangaan. Co-ouderschap gaat een stuk verder dan gezamenlijk gezag. Co-ouderschap betekent dat de dagelijkse zorg voor de kinderen in een overeengekomen verdeling wordt gedeeld, betekent dat het kind zijn gewone verblijfplaats bij beide ouders heeft en het vaststellen van een omgangsregeling niet aan de orde is. Wij raden u aan om zowel bij co-ouderschap als bij de situatie van gezamenlijk ouderlijk gezag als ouders afspraken te maken over:

  • de dagelijkse zorg voor de kinderen (waar verblijven de kinderen, eten en drinken, huisregels e.d.)
  • school
  • sport
  • medische zorg
  • vakantie
  • bijzondere dagen (verjaardagen e.d.)
  • financiën (beheer spaarrekeningen, bijdrage van de niet-verzorgende ouder)
  • communicatie tussen de ouders (informeren en raadplegen)
  • halen en brengen van de kinderen

Hoe praktischer men is ingesteld bij het maken van onderlinge afspraken, des te geringer is de kans op conflicten.

Als het ouderlijk gezag niet gezamenlijk wordt voortgezet, dan heeft de ouder die niet met het ouderlijk gezag belast is, recht op omgang, informatie en consultatie. Een vastgelegde omgangsregeling biedt beide partijen en de kinderen een basiszekerheid en strekt derhalve tot aanbeveling.

In een dergelijke situatie dient in ieder geval nagedacht te worden over:

  • de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen
  • de wijze van uitoefening van het ouderlijk gezag
  • waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft
  • het vaststellen van een omgangsregeling met de ouder bij wie het kind niet zijn gewone verblijfplaats heeft
  • het verschaffen van informatie en het raadplegen van elkaar bij gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de kinderen.

Voor meer informatie over het ouderschapsplan klikt u hier >>>


Afspraken over gezag en omgang

Bij een scheiding houden beide ouders in principe gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen. Beide ouders of een van de ouders kan de rechter echter verzoeken het ouderlijk gezag aan een van de ouders op te dragen. De rechter zal op grond van de aangevoerde argumenten een beslissing nemen. Het belang van het kind staat hierbij voorop. De ouders moeten ook samen bepalen bij wie de kinderen gaan wonen en wanneer de kinderen de niet verzorgende ouder kunnen zien. Voor die ouder wordt een omgangsregeling afgesproken. Gelukkig komen de meeste ouders hier samen wel uit. Als dat niet lukt zal ook hier de rechter (eventueel na advies van de Raad) een besluit nemen. Het is belangrijk dat er goede afspraken gemaakt worden over omgang, informatie en overleg tussen de ouders over het kind. Deze afspraken kunnen door de rechter worden vastgelegd.

Er zijn twee mogelijkheden om het ouderlijk gezag te regelen:

  • Samen verantwoordelijk
    Sinds 1 januari 1998 geldt in Nederland het uitgangspunt dat na de scheiding de ouders samen het ouderlijk gezag over de kinderen blijven houden. De ouders blijven dan beiden verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van de kinderen en nemen samen alle belangrijke beslissingen.
  • Eén ouder krijgt het gezag
    Op verzoek van beide of één van de ouders of een kind van 12 jaar of ouder, kan de rechter besluiten het gezamenlijk gezag te beëindigen en het aan één van de ouders over te dragen. Er moeten voor de rechter wel goede redenen zijn om deze uitzondering toe te staan.
  • Voor meer informatie over het onderwerp gezag klik hieronder:

Afspraken over omgang, informatie en consultatie.
In beide situaties worden afspraken gemaakt over omgang, informatie en consultatie (overleg over het kind tussen beide ouders). In overleg kunnen de ouders een omgangsregeling afspreken. Samen wordt bepaald wanneer en hoe vaak de kinderen de andere ouder zullen ontmoeten. De niet-verzorgende ouder heeft ook recht op informatie over het kind. De ouder bij wie de kinderen wonen, heeft de plicht om de andere ouder op de hoogte te houden van belangrijke zaken die met het kind te maken hebben. Denk hierbij aan de voortgang op school of de gezondheid van het kind. Bovendien moet de ene ouder de andere ouder om zijn of haar mening vragen omtrent belangrijke beslissingen over het kind. Dit is het recht van consultatie. Bij éénoudergezag mag de ouder met het gezag uiteindelijk zelf de beslissing nemen. Voor meer informatie klik hier >>>


De bijleenregeling

In het belastingplan 2004 zijn wijzigingen aangekondigd met betrekking tot de renteaftrek van een lening in verband met de aankoop van een eigen woning. Daarmee beoogt de wetgever aan te sluiten op de Wet Inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). De regeling die nu al bekend staat als bijleenregeling houdt in dat, de opbrengst van de vorige woning verminderd met de daarop resterende eigenwoningschuld moet worden aangewend voor de verwerving van een nieuwe woning.

De overwaarde zoals deze verzilverd wordt bij verkoop van de eigen woning wordt in de wet aangeduid als het vervreemdingssaldo. Aan de orde is de vraag of er bij echtscheiding een vervreemdingssaldo eigen woning kan ontstaan en zo ja aan wie dat wordt toegerekend.

Bij de ontbinding van een huwelijksgemeenschap ontstaat een vervreemdingssaldo op het moment dat de woning ten aanzien van één of beide (ex) echtgenoten niet langer als een eigen woning wordt aangemerkt. Indien de woning na een echtscheiding wordt verkocht, ontstaat bij de beide voormalige echtgenoten in beginsel een vervreemdingssaldo ter grootte van de helft van de verkoopprijs verminderd met de helft van de resterende eigenwoningschuld.

Ingeval één van de voormalige echtgenoten in de woning blijft wonen en de andere de woning verlaat ontstaat bij de vertrekkende persoon een vervreemdingssaldo ter grootte van de helft van de waarde van de woning verminderd met de helft van de resterende eigenwoningschuld.

Rekenvoorbeeld:
Op het moment van echtscheiding bedraagt de waarde van de woning € 300.000. De eigenwoningschuld bedraagt € 200.000. Er is sprake van een huwelijk op basis van gemeenschap van goederen. Eén van de partners behoudt de woning en de bestaande 'hypotheek'(de eigenwoningschuld). De vertrekkende partner krijgt de helft van de overwaarde van € 100.000 toegerekend als eigenwoningreserve. De achterblijvende partner verwerft de andere helft van de overwaarde door verrekening met de overige boedel of door opname van een geldlening van € 50.000.


Verplichtingen voor samenwoners

Het beëindigen van een relatie op basis van een samenlevingscontract lijkt op het eerste gezicht juridisch heel eenvoudig. "We verdelen de spullen en klaar is Kees". De verdeling van de "echtelijke" woning, het woongenot en de aanwezigheid van minderjarige kinderen leggen echter dwingende bepalingen op. De partners dienen zich dit uitdrukkelijk te realiseren. Ook kan het zo zijn dat reeds in het samenlevingscontract bepalingen zijn opgenomen in het geval men besluit van elkaar te scheiden.

Zoals voor gehuwden en geregistreerde partners een wettelijke plicht geldt elkaar 'het nodige' te verschaffen, die er na de scheiding toe kan leiden dat er een alimentatieplicht ontstaat, gelden er voor ongehuwd samenlevenden geen bepalingen. Toch kan er sprake zijn van een dringend morele verplichting van de ene partner aan de ander om hem of haar van alimentatie te voorzien. Het onderling afspreken van deze plicht tot levensonderhoud vereist een zorgvuldige vastlegging om het recht van de alimentatieontvanger te garanderen en de fiscale aftrek van de alimentatiebetaler veilig te stellen. De adviseurs van scheidenopmaat.nl zijn u hierbij graag van dienst. U vindt ze bij de deskundigendesk.

Onderhoudsplicht jegens kinderen
Ouders moeten naar draagkracht de kosten van verzorging en opvoeding van hun kinderen betalen totdat zij 18 jaar zijn. Van 18 tot 21 jaar geldt een 'voortgezette onderhoudsplicht': de ouders moeten de kosten voor levensonderhoud en studie betalen. Het gaat hier om een verschil in formulering, dat niet van invloed is op de omvang van de onderhoudsplicht. Afstand doen van kinderalimentatie is niet mogelijk. Wel kan de verzorgende ouder op een bepaald moment afzien van de mogelijkheid kinderalimentatie te vragen. Als de verzorgende ouder later toch kinderalimentatie wil ontvangen, blijft dit recht behouden.

Sinds 1 januari 1998 is het mogelijk dat een ouder en een niet-ouder gezamenlijk met het gezag over een kind worden belast. Aan dat gezag kleeft ook een onderhoudsplicht. Ook na beëindiging van het gezamenlijke gezag blijft de niet-ouder onderhoudsplichtig. Hij houdt de onderhoudsplicht zolang als het gezamenlijke gezag heeft geduurd. In uitzonderingsgevallen kan de rechter een langere periode vaststellen. De onderhoudsplicht eindigt in ieder geval als het kind 21 jaar wordt.

Convenant
Het verdient aanbeveling om een goed convenant (schriftelijke overeenkomst) op te stellen. In dit convenant staat ten minste dat:

  • de beide partners vinden dat hun partnerschap duurzaam ontwricht is,
  • zij hun partnerschap willen ontbinden,
  • er sprake is van een regeling ten behoeve van minderjarige kinderen,
  • er sprake is van een regeling inzake de echtelijke woning en de inboedel,
  • er sprake is van een verdeling van de "gemeenschap" die toebehoort aan de samenleving.

De juiste zorg voor een goede vastlegging van de afspraken voorkomt geschillen in de toekomst. Ongeacht of men besluit om als "goede vrienden" uit elkaar te gaan. Wij adviseren om een convenant te laten bekrachtigen in een notariële akte.


Verdeling lijfrentepolissen en spaarhypotheekpolissen

Lijfrentepolissen, spaarhypotheekpolissen, spaarverzekeringen, levensverzekeringen en de vele varianten die hierop bestaan, behoren allemaal tot de categorie levensverzekeringen. De polis van levensverzekering wordt in de Wet Inkomstenbelasting 2001, maar ook in de vorige wet, op een bijzondere fiscale manier behandeld. Bij een scheiding en deling schuilt er een reëel gevaar van fiscale sancties. Bij verdeling van polissen is het dan ook van belang om de strenge regels goed in de gaten te houden. Deze specifieke regels worden bepaald door:

  • de soort levensverzekering
  • de datum waarop deze polis is afgesloten
  • het verloop van de polis tot het moment van scheiden
  • de soort relatie die er geldt voor de scheiding tussen de beide partners

De adviseur dient bovenstaande elementen grondig te analyseren alvorens een polis te verdelen of toe te bedelen. Als alternatief voor het splitsen van polissen geldt de mogelijkheid om de waarde van een polis te verrekenen met de boedel. De waarde van de boedel of de hoeveelheid contanten moet hier uiteraard wel groot genoeg voor zijn. Zonder meer de verzekeringsmaatschappij vragen de polis te splitsen, is vragen om problemen. Men heeft daar onvoldoende zicht op de totale omstandigheden van de scheiding en deling. De fiscale sancties zijn te groot om te negeren. Hier past terecht een waarschuwing. Zorgt u daarom voor een bekwaam adviseur die u terzijde staat.

Voor meer informatie over verzekeringen en echtscheiding klikt u hier >>>


Koopwoning en echtscheiding

Wanneer één van uw beiden geïnteresseerd is om in uw (gezamenlijke) koopwoning te blijven wonen, dan komen ook al snel de financiële vragen aan de orde of die partner in staat is om de andere partner uit te kopen en of men vervolgens de woonlasten zelfstandig kan betalen. Zeker wanneer er sprake is van een eigenwoninglening. Realiseert u zich dat u in zo'n geval bij uw bank maar één keer een 'hernieuwde' eerste indruk kunt achterlaten. De bank is partij in dit financiële vraagstuk. Zorgt u er daarom voor dat u uw zaakjes op orde hebt als u bij de bank aanklopt met deze vraag.
Wat verstaan wij hieronder? De bank zal in ieder geval inkomensgegevens nodig hebben van degene die de woning volledig wenst te verkrijgen. Daar horen dan ook de voorlopige afspraken over alimentatie bij. Nog beter is het natuurlijk wanneer u de bank al een concept kunt overleggen van uw echtscheidingsconvenant.
Banken werken met standaard getallen bij de beoordeling van een kredietaanvraag. Wilt u voorkomen dat u als een 'standaardzaak' wordt behandeld, dan is het van belang om goede budgetoverzichten te overleggen. Dit zijn overzichten van inkomsten en uitgaven op jaarbasis, waaruit dient te blijken of de lening financieel verantwoord is. Een financieel gespecialiseerd mediator of adviseur kan u hierbij begeleiden.

Voor meer informatie over dit onderwerp klikt u hier >>>

 

   
 
 
Disclaimer | Contact
Copyright © Alera B.V.
Echtscheidingsadvies
Scheidingsbemiddeling
Mediation
All rights reserved