|
|
|
|
|
|||||
|
|
Afhankelijk van de juridische status van uw relatie (huwelijk, geregistreerd partnerschap, samenwonen) gelden er verschillende procedures waarin de scheiding wordt vormgegeven. Op deze pagina informeren wij u hierover. De ontbinding van een huwelijk in het kader van een verzoek tot echtscheiding verloopt grofweg op twee manieren: Maak uw keuze door op de regels hierboven te klikken. In het geval er sprake is van ontbinding van een geregistreerd partnerschap vindt u nadere informatie bij het onderdeel flitsscheiding.
Ontbinding van het huwelijk via de rechtbank Een
echtscheiding tussen echtgenoten wordt uitgesproken op verzoek van één
van de echtgenoten of op hun gemeenschappelijk verzoek. Wordt op verzoek
van één van de echtgenoten de echtscheiding uitgesproken,
dan zal de rechter zich beducht zijn van nadelen die kunnen ontstaan bij
de andere echtgenote. Wordt het verzoek tot echtscheiding door beiden echtgenoten gedaan, ook dan dient uit de afspraken te blijken dat deze voor beide partijen redelijk zijn. Overigens heeft bij een dergelijk verzoek iedere partner afzonderlijk de bevoegdheid om tot het tijdstip van de uitspraak het verzoek de echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek uit te spreken in te trekken. Voorafgaand aan het verzoekschrift aan de rechtbank tot ontbinding van het huwelijk zullen de echtgenoten een aantal nadere afspraken met elkaar dienen te maken. Een aantal hiervan vloeien voort uit wetgeving. Ook vloeien zij voort uit richtlijnen die voor deze procedures gelden. In zijn algemeenheid geldt dat de overheid streeft naar regelgeving die zoveel mogelijk bevoegdheden neerlegt bij de echtgenoten en hun adviseurs om goede afspraken met elkaar te maken. Zij dienen in ieder geval afspraken te maken en schriftelijk vast te leggen over:
De betrokken mediators van www.scheidenopmaat.nl staan u van het begin tot het einde van deze procedure ter zijde met deskundige begeleiding en advies.
Voor een flitsscheiding is het noodzakelijk dat het huwelijk eerst wordt omgezet in een geregistreerd partnerschap. De route van de flitsscheiding is immers gebaseerd op de ontbindingsprocedure die geldt voor een geregistreerd partnerschap. Hiertoe gaan de echtgenoten samen naar de ambtenaar van de GBA (gemeentelijke basisadministratie) waar zij een verzoek indienen om het huwelijk om te zetten in een geregistreerd partnerschap. Het huwelijksgoederenregime dat gold voor het huwelijk blijft ook gelden voor het geregisteerd partnerschap. Daaraan wijzigt derhalve niets als gevolg van deze omzettting. Vervolgens dient er een convenant (schriftelijke overeenkomst) te worden opgemaakt dat ondertekend dient te worden door een advocaat of een notaris. In dit convenant staat ten minste dat:
Voldoet het convenant ten minste aan de eerste twee bepalingen, een convenant waarin de laatste vier bepalingen ontbreken is niet nietig (art. 1:80d BW), dan kan de ambtenaar van de GBA een gemeenschappelijk verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap uitvoeren. De ambtenaar zal vervolgens de ontbinding van het geregistreerd partnerschap inschrijven in het register. Daarmee is de flitsscheiding een feit! Een groot verschil tussen de reguliere echtscheiding en de flitsscheiding is het ontbreken van de rechtbank in de procedure. Hierin kan tevens een gevaar schuilen. Bij een echtscheiding zullen de gemaakte afspraken altijd nog door de rechtbank worden getoetst op redelijkheid. Bij een flitsscheiding ontbreekt deze toets. Ons advies luidt dan ook dat zorgvuldigheid de voorkeur geniet boven snelheid.
Scheiden wanneer u heeft samengewoond Het beëindigen van een relatie op basis van een samenlevingscontract lijkt op het eerste gezicht juridisch heel eenvoudig. "We verdelen de spullen en klaar is Kees". De verdeling van de "echtelijke" woning, het woongenot en de aanwezigheid van minderjarige kinderen leggen echter dwingende bepalingen op. De partners dienen zich dit uitdrukkelijk te realiseren. Ook kan het zo zijn dat reeds in het samenlevingscontract bepalingen zijn opgenomen in het geval men besluit van elkaar te scheiden. Zoals voor gehuwden en geregistreerde partners een wettelijke plicht geldt elkaar 'het nodige' te verschaffen, die er na de scheiding toe kan leiden dat er een alimentatieplicht ontstaat, gelden er voor ongehuwd samenlevenden geen bepalingen. Toch kan er sprake zijn van een dringend morele verplichting van de ene partner aan de ander om hem of haar van alimentatie te voorzien. Het onderling afspreken van deze plicht tot levensonderhoud vereist een zorgvuldige vastlegging om het recht van de alimentatieontvanger te garanderen en de fiscale aftrek van de alimentatiebetaler veilig te stellen. De adviseurs van www.scheidenopmaat.nl zijn u hierbij graag van dienst. Onderhoudsplicht jegens kinderen
Sinds 1 januari 1998 is het mogelijk dat een ouder en een niet-ouder gezamenlijk met het gezag over een kind worden belast. Aan dat gezag kleeft ook een onderhoudsplicht. Ook na beëindiging van het gezamenlijke gezag blijft de niet-ouder onderhoudsplichtig. Hij houdt de onderhoudsplicht zolang als het gezamenlijke gezag heeft geduurd. In uitzonderingsgevallen kan de rechter een langere periode vaststellen. De onderhoudsplicht eindigt in ieder geval als het kind 21 jaar wordt. Convenant
De juiste zorg voor een goede vastlegging van de afspraken voorkomt geschillen in de toekomst. Ongeacht of men besluit om als "goede vrienden" uit elkaar te gaan.
|
|||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
Copyright © Alera B.V.
|
Echtscheidingsadvies
|
Scheidingsbemiddeling
|
Mediation
|
All rights reserved
|
||||