|
Algemene informatie
Echtscheidingsgrond
Rechtbankprocedure
Scheidingsbemiddeling
Nevenvoorzieningen
Kinderen
Huwelijkse
voorwaarden
Algehele
gemeenschap van goederen
Alimentatie
(beknopt)
Alimentatie
(uitgebreid)
Echtelijke woning
Eigen onderneming
Pensioen
Nationaliteit
|
|
 |

Omgang,
informatie, consultatie
Kinderen en ouders
hebben recht op omgang met elkaar, dat staat zo in de wet. Bij een scheiding
is dit soms een moeilijk punt. Het beste is natuurlijk als ouders samen
met de kinderen afspraken maken over de omgangsregeling. Tijdens de scheidingsprocedure
kunnen de ouders de rechter vragen een omgangsregeling vast te stellen.
Zij kunnen dit gezamenlijk of afzonderlijk doen. Ook als de ouders nooit
met elkaar getrouwd zijn geweest kan de ouder die niet het gezag over
het kind heeft aan de rechter om een omgangsregeling vragen.
Ontzegging van het recht op omgang
Een ouder kan de rechter vragen de andere
ouder het recht op omgang te ontzeggen. De rechter doet dit alleen als:
- de omgang ernstig nadeel
oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind;
- als de ouder ongeschikt
is of niet in staat tot omgang met het kind;
- als het kind 12 jaar
of ouder is en zelf ernstig bezwaar heeft tegen de omgang met de ouder;
- als de omgang om andere
redenen in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Als de rechter één
van de ouders het recht op omgang heeft ontzegd, dan is dat vaak voor
tijdelijk.
Mensen die een sterke band hebben met het kind kunnen ook aan de rechter
vragen een omgangsregeling met hen vast te stellen. Dat geldt dus ook
voor de (ex-)partner van de ouder die samen met de ouder het gezamenlijk
gezag uitoefende of voor de ex-voogd. U kunt hier verder denken aan pleegouders,
stiefouders of de grootouders van het kind.
Als een omgangsregeling is vastgesteld moet die ook worden nagekomen.
Als de ouders hierbij problemen ondervinden kunnen ze het beste contact
opnemen met een hulpverlenende instelling. Die kan dan bekijken wat er
moet worden gedaan. Het uiterste middel is een kort geding tegen de weigeraar.
Dit moet bij de president van de
rechtbank. Voor het voeren van een kort geding heeft men een advocaat
nodig.
Informatie en consultatie
De ouder die het gezag heeft over het kind
moet de andere ouder op de hoogte houden van belangrijke zaken die met
het kind te maken hebben. Belangrijk zijn bijvoorbeeld gezondheid en school.
Bovendien moet de ouder die het gezag heeft de andere ouder raadplegen
bij belangrijke beslissingen die het kind aangaan. De ouder die het gezag
heeft, is uiteindelijke weldegene die beslist.
De rechter kan op verzoek van een ouder een informatie- en consultatie-regeling
vaststellen. In zo'n regeling wordt vastgelegd hoe vaak bepaalde informatie
wordt gegeven en op welke manier.
In het belang van het kind
kan de rechter beslissen dat de ouder die het gezag heeft de andere ouder
niet (meer) hoeft te informeren of om raad hoeft te vragen. De ouder die
het gezag heeft kan hierom vragen, de rechter kan het ook uit eigen beweging
beslissen.
Er zijn mensen die door hun beroep beschikken over belangrijke informatie
over het kind. Denk aan leerkrachten. Ook zij zijn verplicht die informatie
te geven aan de ouder die het gezag niet heeft als deze daarom vraagt.
Het moet om een concrete vraag over het kind gaan. Een ouder die het gezag
niet heeft kan bijvoorbeeld een school om informatie vragen over de schoolprestaties
van het kind. Het kan dan redelijk zijn dat de school deze ouder ook uitnodigt
voor een ouderavond.
Er zijn uitzonderingen
op deze plicht van informatieverstrekking. Zo hoeft iemand geen informatie
te geven als:
- hij in verband met een
beroepsgeheim (bijvoorbeeld de huisarts) de infor matie ook niet aan
de andere ouder zou geven;
- het geven van de informatie
in strijd is met de belangen van het kind. Dat laatste kan bijvoorbeeld
het geval zijn als tussen de ouder en het kind geen omgang bestaat omdat
een omgangsregeling is afgewezen. Toch probeert de ouder in dit voorbeeld
het kind twee keer per week te ontmoeten bij school.De klassenleerkracht
zou in dit geval de informatie dat het kind naar een andere school gaat,
in het belang van het kind kunnen weigeren te geven.
Als een derde de informatie
niet wil geven, kan de ouder de rechter vragen om te bepalen dat de informatie
alsnog wordt gegeven. De rechter zal dit verzoek afwijzen als het verschaffen
van de informatie in strijd is met de belangen van het kind. Verder beschikken
scholen in de regel over een klachtenregeling. Bij de klachtencommissie
van de school kan de weigering om informatie te verstrekken dan worden
aangekaart.
De rechter stelt de regeling voor omgang en/of informatie vast
Ook ouders die niet met elkaar getrouwd
zijn en nooit met elkaar getrouwd zijn geweest, regelen het eenhoofdig
gezag over het kind bij de rechter. Het verzoek om een regeling voor omgang
en informatie behandelt de rechter ook.
De rechter kan een vastgestelde regeling wijzigen. Dit geldt zowel voor
een regeling die de ouders in onderling overleg zijn overeengekomen als
voor een regeling die eerder tussen de ouders is vastgesteld. De ouders
of een van hen kunnen een verzoek indienen. Der echter zal de vastgestelde
regeling alleen wijzigen als de omstandigheden zijn veranderd of als bij
het vaststellen van de regeling is uitgegaan van onjuiste of onvolledige
gegevens.
Kinderen van 12 jaar en ouder kunnen de rechter ook zelf benaderen. Zij
kunnen een brief schrijven of opbellen. Kinderen die jonger zijn dan 12
jaar kunnen dat ook doen. De rechter bekijkt dan of het kind zijn of haar
belangen redelijk kan inschatten. Kinderen kunnen de rechter bijvoorbeeld
vragen een omgangsregeling vast te stellen of te wijzigen. Maar een kind
kan ook vragen om het gezamenlijk gezag
in éénhoofdig gezag te veranderen. De rechter maakt uit
of het nodig is een procedure te starten. Dat hoeft niet altijd. Soms
kan de kwestie op een andere manier worden opgelost.
|