|
|
|
|
|
|||||
|
Gemeenschappelijk of eigen bezit
|
Voor de vaststelling van de behoefte aan een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van kinderen is in samenwerking met het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (het NIBUD) een systeem ontwikkeld, gebaseerd op CBS-cijfers. Voor het juiste begrip is het van belang dat u begrijpt welke terminologie gehanteerd wordt:
Uit CBS-onderzoek blijkt dat ouders een bepaald percentage van het gezinsinkomen besteden aan hun kinderen. Uit dat onderzoek blijkt voorts dat naarmate er meer kinderen tot het huishouden behoren de totale kosten van de kinderen weliswaar stijgen maar dat de gemiddelde kosten per kind daartegenover dalen. Dit wordt veroorzaakt doordat de kinderbijslag per kind stijgt naarmate er meer kinderen zijn en naarmate zij ouder worden, terwijl de gemiddelde kosten per kind dalen naarmate er meer kinderen zijn en de leeftijd niet bepalend is voor de uitgaven voor de kinderen. Zolang ouders niet gescheiden zijn, is het gezinsinkomen bepalend voor de uitgaven die ten behoeve van het kind worden gedaan. Dit gezinsinkomen moet dan ook de maatstaf zijn bij het vaststellen van de kosten van het kind, ook na de (echt)scheiding. Dit impliceert een duidelijke keus: de kinderen moeten in beginsel niet slechter af zijn na en door de (echt)scheiding van hun ouders. Bij het hanteren van het NIBUD-model moet niet uit het oog worden verloren dat deze slechts bedoeld is om als toetssteen. Pas bij de berekening van de draagkracht per ouder zal blijken of een ouder ook de financiële draagkracht heeft om het gevonden ‘eigen aandeel' als alimentatie bij te dragen. Verlaging of wegvallen van een inkomen na de (echt)scheiding behoort, op grond van het hiervoor gekozen uitgangspunt dat het welvaartsniveau ten tijde van de (echt)scheiding in beginsel bepalend is voor de kosten van de kinderen, op die kosten geen invloed te hebben. Wel kan een dergelijke wijziging gevolgen hebben voor de draagkracht om een bijdrage in de kosten te betalen. Verhoging van het inkomen van een ouder voor zover dit hoger is dan het (gezins)inkomen tijdens het huwelijk behoort in beginsel wel invloed uit te oefenen op de vaststelling van de behoefte: indien het huwelijk zou hebben voortgeduurd, zou die verhoging immers ook een positieve invloed hebben uitgeoefend op het bedrag dat ten behoeve van de kinderen zou zijn uitgegeven. Voor het geval het inkomen van een ouder het voormalige gezinsinkomen overschrijdt, is daarom dat hogere inkomen de maatstaf voor de bepaling van de kosten van de kinderen. Correcties
voor bijzondere kosten Correctieposten betreffen dus kosten die niet of onvoldoende in de gehanteerde kosten van kinderen zijn verdisconteerd en die bovendien niet te compenseren zijn met andere uitgavenposten. Voorbeelden van kosten die volgens de normen in aanmerking komen voor correctie zijn de kosten van een gehandicapt kind, kosten van topsport, privé-lessen en extra hoge schoolgelden. Een berekening van het eigen aandeel van de ouder in de kosten van het kind is dan ook maatwerk. Zoekt u een deskundige op dit gebied neemt u dan contact op met onze deskundigendesk.
|
|||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
Copyright © Alera B.V.
|
Echtscheidingsadvies
|
Scheidingsbemiddeling
|
Mediation
|
All rights reserved
|
||||