|
|
|
|
|
|||||
|
Huwelijkse voorwaarden / partnerschapsvoorwaarden Algehele gemeenschap van goederen
|
Als u in een huurhuis woont, kunt u samen afspreken wie er na de scheiding in het huis blijft wonen. Maakt u daar samen geen afspraken over of kunt u daar geen afspraken over maken, dan bepaalt de rechter wie in het huis mag blijven. Volgens de wet is de partner die geen hoofdhuurder is altijd medehuurder. Blijft u als medehuurder in het huis, dan wordt u automatisch hoofdhuurder. Dit betekent, dat de verhuurder aan deze uitspraak wordt gebonden en hij de man of de vrouw, die in de woning blijft, niet de woning mag uitzetten. De rechter zal in het algemeen de woning toewijzen aan de ouder, bij wie de kinderen blijven. De bewoningskwestie is een aanzienlijk probleem, omdat het voor de vertrekkende partij bijzonder moeilijk is om aan andere woonruimte te komen. Ook de gemeentes hebben, zelfs voor de spoedeisende gevallen, vaak lange wachttijden. Heeft u een koopwoning, dan is er sprake van een "goed" dat, afhankelijk van uw keuze voor huwelijkse voorwaarden, mogelijk in de te verdelen boedel valt. Daarnaast kan ook nog sprake zijn van het recht van gebruik en bewoning. Deze rechten, geregeld in artikel 3:226 Burgerlijk Wetboek, vallen in beginsel in de huwelijksgemeenschap. Deze rechten zijn niet overdraagbaar en ze zijn aan het leven van de gerechtigde verbonden. De echtgenoot die deze rechten krijgt toebedeeld, dient daarom de waarde van deze rechten aan de gemeenschap te vergoeden. Voor de goede orde vermelden wij dat in het geval deze rechten een verzorgingskarakter hebben onder omstandigheden niet de gehele waarde of zelfs niets aan de gemeenschap hoeft te worden vergoed. Van een eenduidige mening hieromtrent is echter geen sprake. Wanneer er huwelijkse voorwaarden gelden, die bepalen dat er geen enkele vermogensrechtelijke huwelijksgemeenschap tussen beide echtelieden bestaat, dan kan het nog steeds zo zijn dat de woning behoort tot de verdeling. Deze situatie doet zich voor wanneer beide echtelieden eigenaar zijn van de woning. Er wordt hierbij juridisch gesproken van een eenvoudige gemeenschap. Hiervoor gelden de regels van de eenvoudige gemeenschap zoals bepaald in artikel 3:166 tot 3:188 Burgerlijk Wetboek. Bij verdelingsvraagstukken treedt complexiteit op wanneer blijkt dat de financiering van de aankoop van een woning bestaat uit delen van meerdere partijen, waaronder ook de gemeenschap. In dat geval is het raadzaam om een deskundige te raadplegen, zodat bepaald kan worden hoe de aanspraken luiden per partij en of de nominaliteitsleer of dat de beleggingsleer dient te worden toegepast op de aandelen in de financiering van de koopsom van de woning. Hier vindt u een overzicht van deskundigen op dit vakgebied >>>
|
|||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
Copyright © Alera B.V.
|
Echtscheidingsadvies
|
Scheidingsbemiddeling
|
Mediation
|
All rights reserved
|
||||