Scheiden en geld
   
 

Naar de deskundigendeskABC | Home | Scheiden van elkaar | Scheiden en geld | Scheiden en het recht
 

Algemene informatie

Echtscheidingsgrond

Rechtbankprocedure

Scheidingsbemiddeling

Nevenvoorzieningen

Kinderen

Huwelijkse voorwaarden / partnerschapsvoorwaarden

Algehele gemeenschap van goederen

Samenwoners en het recht

Alimentatie (beknopt)

Alimentatie (uitgebreid)

Echtelijke woning

Eigen onderneming

Pensioen

Nationaliteit

 

 


Alimentatie gedetailleerd

Alimentatie is een bijdrage in de kosten van levensonderhoud. Het gaat om een geldbedrag dat u regelmatig krijgt of moet betalen. U kunt alimentatie krijgen als u niet (helemaal)in uw eigen levensonderhoud kunt voorzien. U moet alimentatie betalen als u die verplichting hebt tegenover iemand die niet in haar of zijn eigen levensonderhoud kan voorzien, omdat zij of hij niet genoeg of helemaal geen inkomsten heeft.

Er is een alimentatieplicht voor:

  • getrouwde en geregistreerde partners;
  • ex-partners;
  • ouders en kinderen.

Getrouwde en geregistreerde partners
Zij moeten elkaar volgens de wet, getrouwheid, hulp en bijstand geven en elkaar het nodige verschaffen. Zij moeten allebei, behalve onder bijzondere omstandigheden, bijdragen in de kosten van de huishouding. U kunt daar in de huwelijkse voorwaarden of in de partnerschapsvoorwaarden andere afspraken over maken. De rechter kan zulke andere afspraken op verzoek van één partner of beide partners wijzigen. Tegen een beslissing van de rechter op zo'n wijzigingsverzoek is beroep mogelijk.

Ex-partners
Als mensen officieel uit elkaar gaan, houden de verplichtingen van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap op. Maar voor de onderhoudsverplichting ligt dat anders. Als mensen gaan scheiden of hun huwelijk na een scheiding van tafel en bed laten ontbinden, vervalt de verplichting niet om financieel voor elkaar te zorgen. Heeft één van de ex-partners niet voldoende inkomsten, dan moet de ander in principe alimentatie betalen. De plicht om alimentatie te betalen houdt op als de ex-partner aan wie moet worden betaald, trouwt of gaat samenwonen met iemand anders alsof zij getrouwd of een geregistreerd partnerschap aangegaan zijn.

Ouders en kinderen
Ouders moeten voor hun kinderen de kosten van verzorging en opvoeding betalen, totdat zij 18 jaar zijn. Maar als een kind meerderjarig wordt (18 jaar), houdt de financiële verplichting niet op. Ouders hebben voor hun kinderen van 18,19 en 20 jaar een 'voortgezette onderhoudsplicht'. Dit betekent dat zij de kosten van levensonderhoud en studie moeten betalen. Omdat ouders altijd voor hun minderjarige kinderen moeten zorgen, moet bij een scheiding voor de minderjarige kinderen een regeling worden getroffen. En omdat de financiële verplichting van de ouders doorloopt tot een kind 21 jaar is, moet ook voor de meerderjarige kinderen van 18,19 en 20 jaar een financiële regeling worden getroffen.
Als één van de ouders alimentatie voor een kind betaalt, loopt die betaling door tot het kind 21 jaar is. Pas dan stopt in principe de financiële verplichting van de ouder. Financiële verplichtingen van ouders staan los van het gezag.
Als een kind van 18, 19 of 20 jaar wèl in het eigen onderhoud kan voorzien, bijvoorbeeld omdat het werkt, zou de alimentatiebetaling in overleg met het kind kunnen worden gestopt. Komen ouder en kind in zo'n geval niet tot
overeenstemming, dan kan de ouder aan de rechter om beëindiging van de betalingsverplichting vragen.

Gezamenlijk gezag van ouder en niet-ouder
Het is mogelijk dat één van de ouders samen met een partner die niet de ouder van het kind is, het gezamenlijk gezag over een kind uitoefent. De niet-ouder heeft dan net als de ouder een onderhoudsplicht. Houdt het gezamenlijk gezag op te bestaan en wijst de rechter het gezag toe aan de ouder, dan blijft deze ouder onderhoudsplichtig tot het kind 21 jaar is. Ook de niet-ouder die niet langer het gezag heeft, heeft dan nog een onderhoudsplicht. Deze duurt net zo lang als het gezamenlijk gezag heeft geduurd. Als het gezamenlijk gezag bijvoorbeeld 5 jaar heeft geduurd, duurt de onderhoudsplicht nog 5 jaar voort na het beëindigen van het gezamenlijk gezag. In uitzonderingsgevallen kan de rechter een langere periode vaststellen. Een stiefouder heeft dezelfde financiële verplichting als een eigen ouder, als de stiefouder met de eigen ouder van het kind is getrouwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan en mits het kind tot het gezin van de stiefouder en de eigen ouder behoort. Dit geldt ook tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap als de stiefouder geen gezag over het kind uitoefent. De financiële verplichting van de stiefouder die geen gezag over het kind uitoefent, houdt op als het huwelijk of geregistreerd partnerschap eindigt.


Partneralimentatie samen afspreken
Bij de scheiding kunnen uw ex-partner en u samen afspraken maken over alimentatiebetaling. Zo'n afspraak wordt in een schriftelijke overeenkomst (scheidingsconvenant) vastgelegd. Dit gebeurt meestal in overleg met de advocaat, de notaris of de mediator (de scheidingsbemiddelaar). Als bij de scheiding is afgesproken dat er geen alimentatie hoeft te worden betaald en na verloop van tijd kan uw ex-partner of u niet meer (geheel) in het eigen levensonderhoud voorzien, dan kan diegene alsnog aan de ander om alimentatie vragen. Ook dan kunnen uw ex-partner en u daar samen een afspraak over maken die schriftelijk wordt vastgelegd en door beiden wordt ondertekend.

Verder kan het zo zijn dat de omstandigheden van uw ex-partner of u zo veranderen dat de afgesproken alimentatieregeling niet meer redelijk is. U kunt dan samen een andere alimentatieregeling afspreken die schriftelijk wordt vastgelegd en door u allebei wordt ondertekend.

Als u samen een alimentatieregeling afspreekt en één van beiden vraagt een bijstandsuitkering aan, dan vraagt de gemeentelijke sociale dienst aan de andere ex-partner een opgaaf van alle financiële gegevens. Dit om te kunnen beoordelen of (een deel van) de bijstand op hem of haar kan worden verhaald.

Partneralimentatie via de rechter
Kunnen of willen uw ex-partner en u geen afspraken maken over een alimentatieregeling en heeft één van u beiden
toch een financiële ondersteuning nodig, dan kan de rechter een alimentatieregeling vaststellen. De rechter kan partneralimentatie vaststellen als nevenvoorziening bij een scheidingsprocedure. Is dat niet gebeurd, maar heeft na verloop van tijd één van u toch financiële ondersteuning nodig, dan kan de rechter op verzoek van diegene een alimentatieregeling vaststellen.

Kinderalimentatie samen afspreken
Ook over alimentatie voor minderjarige kinderen kunnen uw ex-partner en u als ouders in het scheidingsconvenant een afspraak maken. In dat geval bekijkt de rechter of het overeengekomen bedrag naar verhouding niet veel te laag is. Als de rechter dat nodig vindt, kan hij of zij een ander bedrag vaststellen. Kinderalimentatie loopt door tot het kind 21 jaar wordt. Dit betekent dat de afspraak tussen uw ex-partner en u (de ouders) moet worden vervangen door een afspraak tussen de betalende ouder en het kind, als het kind 18 jaar wordt. Het kan zijn dat dan hetzelfde
bedrag wordt afgesproken, maar er kan ook een andere afspraak worden gemaakt. Is het kind op het moment dat uw partner en u uit elkaar gaan 18, 19 of 20 jaar, dan moeten de betalende ouder en het kind samen afspreken welk
bedrag het kind als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de ouder krijgt.

Bij meerderjarige kinderen speelt de Wet studiefinanciering een rol. Als het kind studiefinanciering heeft en er wordt een relatief laag alimentatiebedrag afgesproken, kan het zijn dat het kind voor een hoger bedrag wordt gekort op
de aanvullende beurs.

Kinderalimentatie via de rechter
Ook als u als ouders samen geen afspraken kunt maken over kinderalimentatie voor een minderjarig kind, stelt de rechter een bedrag per kind vast dat meestal maandelijks moet worden betaald. De rechter kan ook voor meerderjarige kinderen een bedrag vaststellen dat de meerderjarige van de ouder(s) moet krijgen als ouder(s)
en kind er niet samen uitkomen. In de beslissing van de rechter staat wanneer de eerste betaling moet worden gedaan. De rechter kan in de beslissing ook voorwaarden opnemen. Is er een rechterlijke uitspraak gegeven over de financiële bijdrage, dan blijft deze gelden boven de onderlinge afspraak. Wil de betalende ouder of het kind de
hoogte van de ouderbijdrage wijzigen en komt men er samen niet uit, dan kan een wijzigingsverzoek worden ingediend bij de rechtbank.

De rechter stelt op verzoek een alimentatieregeling vast als:

  • nevenvoorziening bij de beslissing over de scheiding;
  • nevenvoorziening op een aparte zitting ná de beslissing over scheiding;
  • binnen kortere of langere tijd na de scheiding: de rechter doet dit dan op verzoek van degene die niet (meer) in staat is om geheel in het eigen levens onderhoud te voorzien;
  • er een verzoek is gedaan om wijziging van de alimentatieregeling: zo'n verzoek om wijziging van de alimentatieregeling kan zowel door degene worden gedaan die alimentatie ontvangt als door degene die alimentatie moet betalen

Gewijzigde omstandigheden
Als de omstandigheden van uw ex-partner of u wijzigen, kan na verloop van tijd het vastgestelde of afgesproken alimentatiebedrag niet meer redelijk zijn. De rechter kan dan op verzoek van (één van) u beiden een ander bedrag vaststellen. Dat kan ook als de rechter bij zijn of haar eerdere beslissing is uitgegaan van verkeerde of van onvolledige gegevens. Tenslotte kan de rechter ook een afspraak in een scheidingsconvenant wijzigen of intrekken. Zoiets kan gebeuren als één van u een heel verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven en de ander dat destijds als juist heeft aangenomen. Er is dan, zoals dat heet, sprake van 'grove miskenning van behoefte of draag-
kracht'.

Kind wordt 18 jaar
Als een kind 18 wordt en hij of zij heeft nog een financiële bijdrage nodig voor onderhoud en studie, dan loopt de onderhoudsplicht gewoon door. Is een rechterlijke beschikking gegeven dan blijft deze gelden. Wil de alimenta-
tieplichtige of het kind de hoogte van de ouderbijdrage wijzigen en men komt er samen niet uit, dan kan een wijzigingsverzoek worden ingediend bij de rechtbank. Procespartijen zijn dan ouder en kind. Het kind heeft dan tegenover de betalende ouder dezelfde positie als de ex-partner (andere ouder) die niet (helemaal) in het eigen levensonderhoud kan voorzien.

Duur van de partneralimentatie
U kunt met uw ex-partner afspraken maken over alimentatie voor een bepaalde periode of voor een onbepaalde periode. Wilt u dat niet of lukt dat niet, dan zal de rechter niet alleen bepalen welk bedrag moet worden betaald,
maar zal hij of zij ook de alimentatie voor een bepaalde periode of voor een onbepaalde periode vaststellen.
Als uw ex-partner en u over de duur van de alimentatieverplichting een afspraak hebben gemaakt, eindigt de verplichting in principe als de periode die uw ex-partner en u hebben afgesproken voorbij is. Datzelfde geldt als de rechter in de beschikking heeft aangegeven hoelang de alimentatieverplichting duurt. De alimentatieregeling eindigt in elk geval als één van de ex-partners overlijdt. Ook eindigt de betalingsverplichting als degene die alimentatie ontvangt, trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen met iemand anders alsof zij getrouwd of geregistreerd partners zijn.

Regels sinds 1 juli 1994
Sinds 1 juli 1994 zijn er wettelijke regels voor de tijd dat er partneralimentatie moet worden betaald. Deze regels zijn van toepassing op een alimentatieregeling die op of na 1juli 1994 door de ex-partners is afgesproken of door de rechter is vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing als een geregistreerd partnerschap eindigt via de rechter. Als het geregistreerd partnerschap buiten de rechter om eindigt, dan moet over de tijd dat er partneralimentatie betaald wordt een afspraak in de beëindigingsovereenkomst gemaakt worden. In de wet is ook een regeling opgenomen voor langlopende alimentaties die vóór 1 juli 1994 zijn afgesproken of vastgesteld. Natuurlijk gelden deze regels alleen voor alimentatie na beëindiging van het huwelijk door scheiding.

Alimentatie is op of ná 1 juli 1994 afgesproken of vastgesteld
Als uw ex-partner en u op of ná 1juli 1994 een alimentatieregeling hebben afgesproken of als de rechter op of ná 1juli 1994 een alimentatieregeling heeft vastgesteld, beperkt de wet de alimentatieplicht voor de ex-partner in principe tot twaalf jaar. De wettelijke alimentatieplicht kan ook een kortere periode duren. Dat is het geval als het gaat om een huwelijk zonder kinderen dat niet langer dan vijf jaar heeft geduurd. De nieuwe wet bepaalt dat de alimentatieplicht in zo'n geval niet langer kan duren dan het huwelijk heeft geduurd.

Als u in het scheidingsconvenant een afspraak over alimentatie maakt en daarbij geen termijn aangeeft, stopt de betalingsplicht automatisch na twaalf jaar. Is er spake van een huwelijk zonder kinderen dat niet langer dan vijf jaar
heeft geduurd, dan stopt de alimentatie automatisch als de wettelijk toegestane periode voorbij is (dat is dus net zo lang als het huwelijk heeft geduurd). Natuurlijk kunt u samen ook een langere termijn dan twaalf jaar (of de kortere
termijn, die gelijk is aan de huwelijksperiode) afspreken. Als degene die alimentatie ontvangt, trouwt of gaat samenwonen met iemand anders alsof zij getrouwd of een geregistreerd partnerschap aangegaan zijn, blijft uiteraard
de regel gelden dat de alimentatie dan stopt.

Als de rechter een alimentatieregeling vaststelt, kan hij of zij dat voor maximaal twaalf jaar doen. Heeft de rechter geen termijn vastgesteld, dan eindigt de alimentatieplicht automatisch na twaalf jaar. Gaat het om een huwelijk zonder kinderen of een geregistreerd partnerschap zonder kinderen dat niet langer dan vijf jaar heeft geduurd, dan kan de rechter de alimentatie vaststellen voor een periode die maximaal de lengte heeft van de periode van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap.

De termijn (twaalf jaar of de periode van maximaal vijf jaar) begint te lopen op het moment dat de echtscheidingsbeschikking of de beschikking tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Bij een scheiding van tafel en bed, begint de termijn te lopen op het moment dat de beschikking van scheiding van tafel en bed definitief is geworden. Bent u eerst van tafel en bed gescheiden en is daarna het huwelijk door de rechter ontbonden, dan is de totale periode waarin alimentatie moet worden betaald, ook twaalf jaar (of de periode van maximaal vijf jaar), te rekenen vanaf het moment dat de beslissing van de rechter over de scheiding van tafel en bed definitief is geworden. Het geregistreerd partnerschap kent niet de scheiding van tafel en bed en de ontbinding daarna.

Notabene
Het huwelijk begint op de dag dat u trouwt en eindigt op de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De echtscheiding is dan definitief. Voor het tijdstip van de totstandkoming van de scheiding van tafel en bed is beslissend het tijdstip van inschrijving van de beschikking van de rechter in het huwelijksgoederenregister. Het huwelijksgoederenregister wordt ter griffie van de rechtbank gehouden. Het geregistreerd partnerschap begint op de dag dat het wordt gesloten en eindigt op de dag van inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de beschikking tot beëindiging of van een verklaring dat een
beëindigingsovereenkomst is gesloten.

Verlenging
Aan het einde van de periode van twaalf jaar (of de periode van maximaal vijf jaar) kan de ex-partner die alimentatie ontvangt de rechter om verlenging vragen. Dat kan als u samen de alimentatie hebt afgesproken en ook als de
alimentatie door de rechter is vastgesteld. Verlenging is alleen mogelijk, als het voor de ex-partner die alimentatie ontvangt bijzonder onredelijk zou zijn als de alimentatiebetaling zou stoppen. Als u om verlenging vraagt, gaat de rechter na of u echt in heel ernstige problemen komt als de betalingen stoppen. Zo'n verzoek om verlenging van de alimentatie moet u uiterlijk binnen drie maanden nadat de periode van twaalf jaar om is, indienen bij de rechtbank.
Hoe dat moet leest u in het paragraaf 'Hoe verloopt de procedure'. Als de rechter beslist dat de alimentatiebetalingen voor een bepaalde periode moeten doorgaan, bepaalt de rechter ook of ná die verlengde periode er wél of niét opnieuw om een verlenging kan worden gevraagd.

Alimentatie is vóór 1 juli 1994 afgesproken of vastgesteld
Als er al vóór 1 juli 1994 alimentatie werd betaald, omdat uw ex-partner en u dat hebben afgesproken of omdat de rechter dat heeft bepaald, eindigt de alimentatieregeling niet automatisch na een bepaalde periode. Hebben uw ex-partner en u wél een termijn afgesproken of is er in de beschikking een termijn genoemd, dan eindigt de plicht uiteraard als die termijn om is. Natuurlijk kunt u de rechter om wijziging van de afgesproken of vastgestelde periode vragen, als later blijkt dat die periode te kort of te lang is en daardoor één van de ex-partners ernstig wordt benadeeld.

Vijftien jaar of langer

De wettelijke regels voor de tijd dat alimentatie betaald moet worden, zijn bedoeld voor alimentatieregelingen die vanaf 1 juli 1994 zijn afgesproken of vastgesteld. Maar voor alimentaties die vóór 1 juli 1994 zijn afgesproken of
definitief zijn vastgesteld en die al vijftien jaar of langer worden betaald, is er ook een regeling in de 'Wet limitering alimentatie' opgenomen. Die regeling houdt in dat de ex-partner die al vijftien jaar of langer alimentatie betaalt aan
de rechter kan vragen om de alimentatieplicht te beëindigen. Ook hier kan het zowel om de periode ná de echtscheiding als om de periode ná de scheiding van tafel en bed gaan. Is uw huwelijk na een scheiding van tafel en bed ontbonden, dan wordt de alimentatieperiode ná de scheiding van tafel en bed opgeteld bij de alimentatieperiode ná de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. Is die gezamenlijke periode vijftien jaar of langer, dan kan de ex-partner die alimentatie betaalt aan de rechter om beëindiging van de betaling vragen. Zo'n verzoek om beëindiging zal de rechter alleen afwijzen als hij of zij van oordeel is dat stopzetting van de betalingen voor de ex-partner die alimentatie ontvangt hoogst onbillijk zou zijn.

In de wet staat dat de rechter bij het nemen van die beslissing in het bijzonder moet letten op:

  • de leeftijd van degene die alimentatie ontvangt;
  • of er wel of niet uit het huwelijk kinderen zijn geboren;
  • de duur van het huwelijk en de mogelijkheid van beide partners om tijdens en/of na het huwelijk een eigen inkomen en pensioen op te bouwen;
  • of degene die alimentatie ontvangt recht heeft op een deel van het ouderdomspensioen van de ex-partner.

De rechter kan bepalen dat de betalingen meteen stoppen.

Voor een verzoek om beëindiging van de alimentatie is een zelfde procedure bij de rechtbank nodig als voor een verzoek om alimentatievaststelling dat niet gelijk met de scheiding of de ontbinding van het huwelijk wordt gedaan of een verzoek om alimentatiewijziging. Hoe dat gaat, leest u hierna in de paragraaf 'Hoe verloopt de procedure'.


Hoe verloopt de procedure
Een procedure ter vaststelling, wijziging of beëindiging van alimentatie begint altijd met een verzoekschrift. Uw advocaat stelt dit verzoekschrift op. Hierin moeten zowel uw naam, voornamen, geboortedatum en adres worden vermeld als de naam, voornamen, geboortedatum en adres of werkelijke verblijfplaats (voor zover bekend) van uw ex-partner. Gaat het (tevens) om een verzoek om kinderalimentatie voor een minderjarig kind, dan moeten ook de naam, voornamen, geboortedatum en adres van het minderjarige kind worden vermeld. Gaat het om een alimentatieverzoek van een meerderjarig kind, dan moeten naast de eigen gegevens de naam, voornamen en het adres of werkelijke verblijfplaats (voor zover bekend)van de ouder worden vermeld van wie de financiële bijdrage wordt gevraagd. Verder moet in het verzoekschrift staan waarom de alimentatie moet worden vastgesteld, gewijzigd of beëindigd. Uw advocaat stuurt het verzoekschrift naar de griffie van de rechtbank. De griffier van de rechtbank stuurt een afschrift van het verzoek naar uw ex-partner (of ouder).

Waar moet uw verzoek naar toe
Het verzoekschrift voor alimentatievaststelling, wijziging of beëindiging moet uw advocaat indienen bij de rechtbank in het arrondissement waar u woont. Als u niet in Nederland woont maar uw ex-partner (of ouder) wel, stuurt u het verzoek naar de rechtbank in het arrondissement waar uw ex-partner (of ouder) woont. Woont u geen van beiden in Nederland, dan stuurt u het verzoek naar de rechtbank in Den Haag.

Verweer
Als uw ex-partner (of ouder) het niet eens is met uw verzoek, moet hij of zij binnen korte termijn via een advocaat een verweerschrift indienen. De rechter kan die termijn verlengen. In het verweerschrift moet uw ex-partner (of ouder) aangeven waarom hij of zij geen alimentatie wil of kan betalen of waarom de alimentatie niet kan worden
gewijzigd of beëindigd. Als het verweerschrift binnen is, krijgen uw ex-partner (of ouder) en u een oproep voor een zitting. Als er binnen de termijn die de rechter in de oproepingsbrief heeft gesteld geen verweerschrift bij de rechtbank is binnengekomen, heeft er meestal geen zitting plaats. De rechter neemt dan alleen op basis van het verzoek een beslissing. Alleen als het (tevens) om kinderalimentatie gaat voor een minderjarig kind van 16 of 17 jaar, bepaalt de rechter dat er toch een zitting plaats heeft.


Zitting
Bij de zitting van de rechtbank is geen publiek aanwezig (besloten zitting). Tijdens de zitting mogen beide partijen hun verhaal vertellen. Als er geen verweerschrift is ingediend en er wel een zitting plaats heeft, kan de rechter bepalen dat tijdens de zitting alsnog een verweerschrift mag worden ingediend. Aan het einde van de zitting deelt de rechter mee op welk moment de beslissing zal worden genomen.

Waar houdt de rechter rekening mee
De rechter moet bij zijn of haar beslissing rekening houden met de behoefte van degene die alimentatie vraagt of ontvangt en de draagkracht van degene die alimentatie moet betalen of betaalt. De rechter moet de behoefte van de ene partij afwegen tegen de draagkracht van de andere partij. Het kan dus best zo zijn dat de één het gevraagde bedrag nodig heeft om rond te komen, maar dat de ander dat bedrag absoluut niet kan opbrengen. De rechter kan dan nooit het gevraagde bedrag als alimentatie vaststellen.
De rechter moet de financiële gevolgen van de scheiding zo eerlijk mogelijk over beide partijen verdelen. Hebt u bijvoorbeeld geen eigen inkomsten, maar kunt u wel werken, dan houdt de rechter daar rekening mee. Ook houdt de rechter rekening met de woonkosten. Misschien kunt u goedkoper gaan wonen, of een deel van het huis verhuren. Misschien zijn er nog kinderen thuis die al verdienen. De rechter kijkt dan of zij kostgeld kunnen betalen. Het gaat er dus niet om of iets wel of niet gebeurt. Voor de rechter is van belang of iets in redelijkheid kan worden gevraagd.
De rechter baseert zijn of haar beslissing op de informatie in het verzoekschrift en het verweerschrift en op de informatie die uw ex-partner (of ouder of meer derjarig kind) en u op de zitting geven. Geef daarom zowel in uw verzoek schrift/verweerschrift als op de zitting alle informatie die van belang is. Zowel over u zelf, als over de situatie van de andere partij. Het moet wel om zakelijke informatie gaan, die voor de vaststelling van de alimentatie van belang is en waarvan u de bewijsstukken moet laten zien.

De volgende inkomsten en uitgaven zijn van belang voor het oordeel van de rechter:

  • inkomsten uit arbeid (loon, winst uit onderneming, resultaat uit overige werkzaamheden)
  • inkomsten uit nevenarbeid
  • studiefinanciering
  • uitkeringen
  • pensioen
  • inkomsten uit onderhuur
  • rente en andere inkomsten uit vermogen
  • bijdragen aan het huishouden van anderen, met wie u een gemeenschappelijke huishouding voert
  • bestaande mogelijkheden om inkomsten uit te breiden
  • opgaven over uw vermogen
  • huurbetalingen
  • aflossingen van uw hypotheek en rente, alsmede de vaste lasten. Daarbij moet u ook het deel van de hypotheek vermelden dat nog niet is afbetaald. Elk jaar geeft de hypotheekbank een overzicht van het nog af te lossen
    hypotheekbedrag
  • verzekeringen
  • noodzakelijke regelmatige reiskosten
  • financiële verplichtingen voor anderen
  • kosten van bijzondere medische verzorging voor u zelf of voor uw gezinsleden
  • kosten voor de verwerving van inkomsten
  • eventueel ook opgaven van uw schulden

Beslissing
Na de zitting neemt de rechter een beslissing. Die beslissing wordt schriftelijk vastglegd. Dit wordt een beschikking genoemd. U krijgt de beschikking via uw advocaat toegestuurd.

Notabene
Als u uw alimentatieverzoek gelijk met een scheidingsverzoek hebt gedaan, kunnen beide verzoeken op één zitting worden behandeld. De procedure die dan wordt gevolgd is in grote lijnen hetzelfde en staat beschreven in de brochure 'U gaat scheiden'. Natuurlijk weegt de rechter ook dan de behoefte van de ene partij af tegen de draag-
kracht van de andere partij.

Hoger beroep en cassatie
Als u het niet eens bent met de beslissing van de rechter, kunt u in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. U stuurt dan via uw advocaat, een verzoekschrift naar het hof. Het hof behandelt de zaak helemaal opnieuw en geeft ook weer een beschikking. De procedure die dan wordt gevolgd, is dezelfde als de procedure bij de rechtbank. Bent u het ook niet eens met de beslissing van het hof, dan kunt u via uw advocaat beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. De Hoge Raad behandelt de zaak niet opnieuw. De Hoge Raad kijkt alleen of de rechters het recht juist hebben toegepast. Dat betekent dat er niet wordt nagegaan of de feitelijke omstandigheden, zoals die in de stukken staan, kloppen. Ook wordt u niet opnieuw gehoord.

Termijn
Als u in hoger beroep wilt bij het hof of cassatie wilt instellen bij de Hoge Raad, moet u dat binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van de rechter doen.

Betaling van partneralimentatie
De rechter vermeldt in de beschikking op welke datum de alimentatie of de wijziging daarvan ingaat. De betaling voor de ex-partner moet over het algemeen maandelijks worden gedaan. Beide partijen moeten samen afspreken hoe de betalingen in de praktijk worden gedaan.

Betaling van kinderalimentatie
De niet-verzorgende ouder betaalt elke maand (of elk kwartaal,als dat zo is afgesproken) het vastgestelde bedrag voor het kind of de kinderen aan de verzorgende ouder. Beide ouders moeten samen afspreken hoe de betalingen
in de praktijk worden gedaan. Als een kind meerderjarig is, krijgt het kind het geld zelf. De betalende ouder en
het kind moeten daar samen afspraken over maken.

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen
Voor de betaling van kinderalimentatie kunt u soms een beroep doen op het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) in Rotterdam. Het volledige adres luidt: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen Postbus 8901 3009 AX ROTTERDAM Het LBIO kan de kinderalimentatie innen bij de betalende ouder en uitkeren aan de verzorgende ouder of het meerderjarige kind van 18, 19 of 20 jaar. (Het LBIO regelt geen betalingen van partneralimentatie.)

Wanneer kunt u een beroep doen op het LBIO
Volgens de wet kunt u een beroep doen op het LBIO als er een betalingsachterstand is. De achterstand die ouder is dan zes maanden kan niet door het LBIO worden geïnd. In zo'n geval moet de ontvangende ouder of het kind van
18,19 of 20 jaar een schriftelijk verzoek tot inning doen aan het LBIO. De verzoeker moet dan met bewijsstukken aantonen welke termijnen niet, en wel zijn betaald.

Verder kan het LBIO kinderalimentaties innen in de volgende gevallen:

  1. er is een gezamenlijk verzoek.
    Als beide partijen de kinderalimentatie door het LBIO willen laten regelen, moeten zij dit in een brief aan het LBIO vragen. De brief moet door beide partijen worden ondertekend.
  2. de betalende ouder doet het verzoek.
    De betalende ouder vraagt het LBIO schriftelijk de betaling te regelen.

Inschakeling van het LBIO is niet gratis
Voor de inning van de kinderalimentatie brengt het LBIO kosten in rekening. De betalende ouder moet de kosten van de inning door het LBIO betalen. Informatie over de hoogte van die kosten kunt u vinden op de internetsite van
het LBIO, www.lbio.nl

Welke maatregelen kan het LBIO nemen
Het LBIO kan een aantal maatregelen nemen als er niet of niet op tijd wordt betaald. Het LBIO kan bijvoorbeeld beslag laten leggen op salaris, uitkering of (on)roerende goederen. De kosten die het LBIO daarvoor moet maken, komen voor rekening van de betalende ouder.
Over de inning van kinderalimentatie kunt u meer lezen in de brochure 'Kinderalimentatie'van het LBIO.

Periodieke aanpassing van alimentatiebedragen
Elk jaar wijzigen de lonen. Daarom worden ook jaarlijks de alimentatiebedragen aangepast. De minister van Justitie stelt elk jaar in november daarvoor een percentage vast. Dit percentage wordt in de Staatscourant gepubliceerd. Met dit percentage wijzigen automatisch alle vastgestelde alimentatiebedragen op 1 januari van het jaar daarop (indexering). U hoeft daarvoor niet naar de rechter en u hoeft er ook geen speciale afspraken over te maken.
Voor de vaststelling van het percentage wordt gekeken naar het loonindexcijfer, dat elk jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt berekend. Bij de berekening van het loonindexcijfer kijkt men naar de salarisontwikke-
ling bij het bedrijfsleven en de overheid en de ontwikkeling van salarissen in andere sectoren.

Uitzonderingen op de indexering
Op die automatische aanpassing van alimentaties is een aantal uitzonderingen.

  1. Alle alimentaties die vóór 1 januari 1973 al afhankelijk zijn gesteld van het peil van het inkomen, de lonen of prijzen, doen niet mee met de automatische aanpassing. Voor deze alimentaties geldt, wat indertijd door de rechter is vastgesteld, of wat onderling is afgesproken.
  2. U kunt samen afspreken dat de wettelijke indexering wordt uitgesloten. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd. U kunt ook de rechter vragen de indexering uit te sluiten. Dit kan wenselijk zijn als alimentatieplichtige een vast inkomen heeft, dat niet meegaat met het loon- en prijspeil.
  3. .Verder kunt u de indexering, bij overeenkomst of via de rechter, uitsluiten voor een bepaalde periode, bijvoorbeeld voor een jaar. Een reden hiervoor kan zijn, dat de alimentatie aan het eind van een jaar wordt vastgesteld en de alimentatieplichtige niet op korte termijn een loonsverhoging krijgt.
  4. Tenslotte kunt u kiezen voor een andere vorm van automatische aanpassing, die dan in een overeenkomst wordt vastgelegd of aan de rechter wordt gevraagd. U kunt dan bijvoorbeeld kiezen voor een koppeling aan de loon-
    ontwikkeling van de degene die moet betalen. Bij zo'n andere regeling van automatische aanpassing moeten beide partijen elkaar op de hoogte houden van wijzigingen die van belang zijn. Bijvoorbeeld inkomenswijzigingen. U kunt daar samen een informatieregeling voor vaststellen. Als de rechter zo'n aanpassing op maat geeft, kan hij of zij ook vaststellen wanneer er informatie voor de aanpassing moet worden gegeven. De informatieregeling is bijvoorbeeld van belang voor het LBIO. Het LBIO moet weten wanneer de kinderalimentaties wijzigen die door hen worden geïnd.

Notabene
Als uw ex-partner en u hebben afgesproken dat de wettelijke indexering (tijdelijk) niet voor uw situatie geldt, kunt u altijd aan de rechter vragen om de uitsluiting van de wettelijke indexering ongedaan te maken.

Indexeringspercentages vanaf 1974
Op 1 januari 1974 werden de alimentatiebedragen voor het eerst wettelijk geïndexeerd. De alimentaties die voor 1971 zijn vastgesteld, werden toen verhoogd met 54%. De alimentaties die in 1971 zijn vastgesteld, werden verhoogd met 40%, de alimentaties uit 1972 met 23% en de alimentaties uit 1973 met 12%.
Daarna werd jaarlijks het percentage vastgesteld.

01-01-1975

16 %

01-01-1986

1.1 %

01-01-1997

1.7 %

01-01-1976

13 %

01-01-1987

1.3 %

01-01-1998

2.3 %

01-01-1977

7 %

01-01-1988

0.5 %

01-01-1999

3.3%

01-01-1978

8 %

01-01-1989

1.0 %

01-01-2000

2.5%

01-01-1979

6 %

01-01-1990

1.6 %

01-01-2001

3.3%

01-01-1980

6 %

01-01-1991

3.2 %

01-01-2002

4.6%

01-01-1981

4 %

01-01-1992

3.7 %

01-01-2003

3.9%

01-01-1982

3 %

01-01-1993

4.2 %

01-01-2004

2.5%.

01-04-1983

6.4 %

01-01-1994

2.5 %

01-01-2005

1.1%

01-01-1984

*

01-01-1995

1.3 %

01-01-2006

0.9%.

01-01-1985

0.5 %

01-01-1996

1.1 %

01-01-2007

1.8%

01-01-2008 2.2% 01-01-2009 3.9% 01-01-2010 2.3%

* Geen percentage vastgesteld

Inkomen ex-partners na scheiding
Als bij een scheiding of een ontbinding van een huwelijk de rechter een bedrag aan partneralimentatie vaststelt, houdt hij of zij altijd rekening met de behoefte van de ene en de draagkracht van de andere ex-partner. Als ex-partners samen alimentatie hebben afgesproken, kan het zijn dat er niet volledig rekening is gehouden met de behoefte van de ene en de draagkracht van de andere ex-partner. Maar in beide gevallen kan het bedrag aan alimen-
tatie niet genoeg zijn om in het levensonderhoud van de ex-partner die alimentatie krijgt te voorzien. Als die ex-partner daarnaast geen of te weinig andere inkomsten heeft, kan zij of hij een verzoek om een aanvullende
bijstandsuitkering indienen bij de sociale dienst in de eigen woonplaats.

Verhaal
Vraagt de ene ex-partner bij de scheiding of enige tijd na de scheiding een bijstandsuitkering aan, dan gaat de Gemeentelijke Sociale Dienst na in hoeverre de andere ex-partner onderhoudsplichtig is en of uitgekeerde
bijstand op hem of haar kan worden verhaald. De Gemeentelijke Sociale Dienst vraagt daarvoor de ex-partner op wie verhaald kan worden om alle financiële gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de beoordeling.
Daarna stelt de Gemeentelijke Sociale Dienst vast welk bedrag verhaald gaat worden en vraagt dat bedrag binnen 30 dagen te betalen. Als de ex-partner op wie wordt of gaat worden verhaald het daar niet mee eens is en niet betaalt,
vraagt de Gemeentelijke Sociale Dienst aan de rechter bij de rechtbank om de betaling dwingend op te leggen.
Dit kan de Gemeentelijke Sociale Dienst ook doen, als de situatie van de betalende ex-partner zo is gewijzigd, dat op hem of haar een groter deel van de uitgekeerde bijstand zou kunnen worden verhaald. Natuurlijk kan de
betalende ex-partner ook om vermindering vragen, als de eigen situatie zo is gewijzigd dat het verhaalde bedrag niet meer redelijk is. (U kunt hier meer over lezen op de internetsite van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,www.szw.nl,onder het kopje 'uitkeringen/bijstand')

 

   
 
 
Disclaimer | Contact
Copyright © Alera B.V.
Echtscheidingsadvies
Scheidingsbemiddeling
Mediation
All rights reserved